BRAVOK

Op je examen gaan ze je ook wat vragen over de scooter stellen. En buiten dat het je pluspunten op levert als je alle vragen kunt beantwoorden is het ook goed om dit allemaal te onthouden. Je gaat namelijk straks met je eigen scooter op pad en is dit dus hele nuttige informatie.

Scooterrijbewijs Bravok Yamaha Neos

B: Banden/Brandstof;
R: Remmen;
A: Accu/Aandrijving;
V: Verlichting/Vering/Vloeistoffen;
O: Olie;
K: Koeling

BANDEN

Bandenspanning:

Controleer of de banden van je scooter de juiste bandenspanning hebben. Dit kun je meten bij een tankstation of met behulp van een bandenspanningsmeter. De benodigde bandenspanning staat vaak vermeld op je banden, maar in het instructieboekje kun je het sowieso vinden.

Profieldiepte:

Controleer of je banden voldoende profiel hebben, want het profiel dient voor de afvoer van vuil en water. Dit kun je meten door middel van de slijtage-indicator tussen je profielen. Wettelijk is er geen minimum maar er is wel bepaald dat er over de gehele band profiel dient te zijn. Wij adviseren minimaal 1mm, maar het is verstandig om de banden al te vervangen bij 2mm. Het gaat om je eigen veiligheid dus niet op bezuinigen!

Conditie:

Je kunt aan de Dot code zien op je banden wanneer je banden geproduceerd zijn. Er staat een 4 cijferige code op en de eerste twee cijfers zijn de week en de laatste twee het jaartal. Bij verouderde banden kunnen er scheuren in je banden komen. Ze zijn dan uitgedroogd, advies: vervangen. Mocht je scherpe dingen in je band zien zitten, verwijder deze dan uit de band, En vaak voorkom je dan lekkage en anders kom je er op tijd achter dat de band lek is en niet onderweg. Mocht er een bult op je band zitten, ook wel een canvas breuk genoemd dan dien je je band ook direct te vervangen. Dit ook i.v.m. je eigen veiligheid.

Slijtage:

Controleer of je motorband een gelijkmatige slijtage heeft opgelopen over het gehele loopvlak. Dan heb je ook het meest veilige rijgedrag.

Ventieldop:

Controleer of de ventieldop aanwezig is op je beide ventielen. Zo voorkom je dat er vuil in je ventiel komt.

Remmen

Remschijf:

Controleer je remschijf visueel op gelijkmatige slijtage.

Remblokken:

Controleer je remblokken ook visueel op slijtage. Let er wel op dat je niet tot ijzer op ijzer gaat remmen. Anders kan het zomaar zijn dat je ook nog eens de remschijf moet vervangen.

Remdruk:

Voel aan je remhendel en voetrem of er druk aanwezig is. Het is niet de bedoeling dat je de beide remmen geheel moet indrukken om voldoende te remmen. Bij geen druk zul je de remvloeistof moeten controleren voor een te laag niveau of lekkage.

Remvloeistof:

Controleer het potje rechts op het stuur of er voldoende remvloeistof in zit. Er mag een luchtbel zichtbaar zijn boven de vloeistof. De remvloeistof dient boven het minimumniveau te zijn. Bij forse daling van de remvloeistof dien je de slijtage van de remblokken te controleren, maar ook lekkage van de leidingen kan een oorzaak zijn van een minimumniveau.

Accu/aandrijving

Beweging:

De accu moet deugdelijk bevestigd zijn. Hij mag niet heen en weer bewegen tijdens het rijden.

Soort accu:

Onze bromfietsen rijden op onderhoudsvrije accu’s. Je hoeft daarom geen vloeistofniveau te controleren. Bij standaardaccu’s dien je het vloeistofniveau te controleren. Indien nodig moet je het aanvullen met gedestilleerd water.

Polen:

Controleer de accupolen. Check de polen of ze niet geoxideerd zijn (bloemkooleffect). Oxidatie kan je voorkomen door de polen van de accu in te vetten met zuurvrije vaseline.

Aandrijving:

De scooter wordt meestal aangedreven door een snaar of getande riem. Deze zit vaak achter een kap weggestopt en is visueel zonder het demonteren van de kap niet te controleren. Laat deze door de vakman controleren tijdens de onderhoudsbeurt.

Verlichting/Vering/Vloeistoffen

Verlichting:

Controleer of alle signalen en verlichtingen op de bromfiets functioneren, zoals; stadslicht, dimlicht, groot licht, remlicht, achterlicht, en knipperlicht. Claxon: controleer  de werking, en of hij voldoende geluid maakt.

Vering:

De vering van je scooter mag geen lekkage vertonen. Lekkage is duidelijk te herkennen bij de oliekeringen aan de voorvork. Daar zal bij lekkage olie uit de voorvork komen.

Voorvork:

Let op beschadigingen door steenslag of dode insecten. Deze beschadigen de keerringen met lekkage als gevolg.

Vloeistoffen:

Controleer of de volgende vloeistoffen op peil zijn en of er geen sporen van lekkage aanwezig zijn;

  • Benzine;
  • Koelvloeistof;
  • Remvloeistof;
  • Olie motor/versnellingsbak.

Olie

Niveau:

Motorolie dien je te controleren bij een koud motorblok en als de scooter rechtop staat.

Soort olie:

De meeste scooters rijden op een 4takt 10W40 motorolie. Echter is het verstandig om het instructieboek op te zoeken welke motorolie gebruikt dient te worden. Dit kan namelijk per klimaat en per rijstijl verschillen.

Versnellingsbakolie en cardanolie:

Dit is niet zo makkelijk te peilen. Laat dit over aan de garage. Let wel op sporen van lekkage.

Koeling

Koelingniveau:

Controleer het niveau van de koelvloeistof. Lees in het instructieboekje waar je de koelvloeistof moet bijvullen. Controleer dit bij een koude motor alleen dan is het juiste peil af te lezen (de vloeistof zet uit als het warm wordt).

Koelingreiniging:

Om een goede werking van de radiator te waarborgen moet deze regelmatig schoongemaakt worden. Let erop dat de radiator wordt schoongemaakt wanneer deze volledig is afgekoeld.

LET OP!

Nooit het koelvloeistof niveau bijvullen bij een warme motor. Risico op verbranding!